Jean Grandjean (1752-1781)

Jean Grandjean (1752-1781)

Prijs: Prijs op aanvraag

Aangeboden door Kollenburg Antiquairs BV




De Nederlandse schilder met de Franse naam Jean Grandjean is relatief onbekend. Handboeken over kunst vermelden hem slechts beknopt als tekenaar van wie slechts enkele schilderijen bekend zijn. Alleen van Eynden en van der Willigen zijn in het begin van de negentiende eeuw uitputtend in hun beschrijving van de kunstenaar.
In de zeventiger jaren van de twintigste eeuw besteed het Rijksmuseum aandacht aan Grandjean in het kader van een tentoonstelling over Nederlandse kunstenaars die naar Italië reisden. Kort na deze baanbrekende tentoonstelling werd een groot portfolio met academische studies van Grandjean ontdekt. De directeur van het Rijksprentenkabinet J.W. Niemeijer publiceerde dit album in Master Drawings in 1974. In het bijbehorende artikel zegt Niemeijer dat schilderijen van de hand van Grandjean op de vingers van één hand te tellen zijn. Meer dan veertig jaar later is er weinig verandert. Het aantal bekende schilderijen van Jean Grandjean is nog immer zeer bescheiden.

Jean Grandjean is, ondanks zijn Franse naam, geboren in Amsterdam. Zijn vader, afstammeling van Franse uitgeweken Hugenoten, was een handschoenmaker die twee maal huwde. Jean was een van de zes kinderen uit zijn tweede huwelijk en werd geboren op 5 februari 1752.
Jean bleek reeds op zeer jonge leeftijd een tekentalent en werd als leerling aangenomen door de topografische tekenaar Jacobus Verstegen. Al snel oversteeg het talent van Jean dat van zijn leermeester. Vader Grandjean toonde het werk van zijn zoon in de etalage van zijn handschoenenwinkel. Dit zorgde al snel voor opdrachten van Amsterdamse collectioneurs. In dezelfde periode werkte Grandjean in het atelier van de emailleur de Groot. Het decoratieve karakter van dit werk kon hem echter niet bevredigen.

In de zomer van 1772 kon Grandjean aan de slag in het atelier van Jurriaan Andriessen (1742-1819). Andriessen was befaamd om zijn educatieve vermogen. Veel van de getalenteerde schilders uit de tweede helft van de achttiende eeuw begonnen hun loopbaan in zijn werkplaats; zijn broer Anthony Andriessen (1768-1813), zijn zoon Christiaan (1751-1817), Hermanus Numan (1744-1822) en Daniel Dupré (1751-1817) waren enkelen van hen. In Andriesens atelier werd Grandjean opgeleid tot het schilderen van Arcadische landschappen en als behangselschilder. Jurriaan Andriessen gaf echter ook les aan de Amsterdamse Teken Academie vanaf 1766. De naam van Jean Grandjean wordt voor het eerst vermeld in de registers van die academie in 1771. Niet lang daarna won hij de ereprijs tot driemaal toe. Hij was ook ingeschreven bij een private tekenschool, waarschijnlijk een die was opgericht door kunstenaars om de kosten te drukken. Grandjean hechtte bijzondere waarde aan het tekenen van levende modellen. Hij was daarin zeer ambitieus; hij wilde historisch schilder worden. De neoclassicistische beweging onder invloed van bijvoorbeeld Johann Joachim Winckelmann (1717-1768) was van grote invloed op de kunsttheorie en de ontwikkeling van de artistieke smaak in het Holland van de zestiger en zeventiger jaren van de achttiende eeuw. Colleges aan de Amsterdamse Academie hadden vaak klassieke thema’s als onderwerp. In kunstminnende kringen kwam een zekere voorkeur voor de Griekse oudheid in zwang. Het is duidelijk dat Jean Grandjean door deze mode is beïnvloed. In 1777 is Grandjean een van de oprichters van de kunstenaarssociëteit Felix Meritis.

De kunstliefhebbers, amateur tekenaars en collectioneurs Jan Tersteeg (1750-1808) en Dirk Versteegh (1751-1822) stimuleerden Grandjean om historische stukken te schilderen. Ze bestelden deze stukken voor hun kunstcollecties. Het is aannemelijk dat de rol van deze vooraanstaande verzamelaars in de onderwerpkeuze en de discussies tijdens de tekenlessen van belangrijke betekenis is geweest voor de kunstenaar. Met de hulp van gelijkgestemden uit hun omgeving maakten zij het mogelijk voor Grandjean om naar Rome te reizen. Hij kwam daar in de zomer van 1779 aan. Hij nam zijn studie in het tekenen van levende modellen weer op in de zogenaamde Trippelsche Akademie, genoemd naar de beeldhouwer Alexander Trippel (1744-1793). Hier, onder invloed van goeddeels Duitse collega’s zoals Wilhem Tischbein (1751-1829) en Franz Kobell (1749-1822), ontwikkeld zijn stijl zich al snel in een meer internationale richting. Zijn plotseling dood in November 1781 beroofd Holland van begenadigd kunstenaar die wellicht tot de belangrijkste exponent van het neoclassicisme had kunnen uitgroeien.

Het belang van Jean Grandjeans reis naar Rome moet niet worden onderschat. Hij was de eerste Hollander sinds meer dan 50 jaar die naar Italië reisde nadat paus Clementius XI in 1720 de sociëteit van de Bentvueghels verbood. In de voetstappen van Jean Grandjean volgden onder meer Daniel Dupré (1751-1817), Hendrik Voogd (1768-1839), en in de vroege negentiende eeuw Josephus Augustus Knip (1777-1847). Grandjeans portret werd opgehangen in de tekenkamer van Felix Meritis, zoals te zien op het schilderij van Adriaan Lelie (1755-1820) uit 1801. (Rijksmuseum, inv.no. SK-C-538).

Lentefeest

Dit schilderij van een uitbundig feest met de godin Ceres, een jonge Bacchus, nymfen en faunen in een Arcadisch landschap ter ere van de lente, is een typisch voorbeeld van het werk van Jean Grandjean van voor zijn reis naar Rome. Thema, compositie, stijl en kleurgebruik zijn allen nauw gerelateerd aan het werk van Grandjeans leermeester Jurriaan Andriessen. Het schilderij lijkt sterk op een tekening in bruine inkt en waterverf uit de collectie van het Rijksmuseum; een Arcadisch landschap met een tempel in de achtergrond. Zowel de ingekleurde tekening als het olieverf schilderij behoorden ooit tot de collectie van Jan Tersteeg. De beschrijving van het schilderij in een veilingcatalogus van 1808 geeft inzicht in het onderwerp van de afbeelding. Het landschap waarin Ceres en Bacchus hun feest vieren heet Enna. In de Griekse mythologie is dit de hoofdstad van Sicilië, befaamd om zijn Demeter cultuur. Demeter, ook bekend als Ceres, is de zus van Zeus. Zij had een dochter Persephone (in het Romeins Proserpine), die de maagd van de lente was. Pluto had een oogje op Persephone. Zijn obsessie voor haar leidde ertoe dat hij haar meesleepte naar de onderwereld. Demeter zocht tevergeefs naar haar verloren dochter. Haar wraak op de wrede wereld was dat zij de oogst tegenhield. Als Demeter tenslotte de verblijfplaats van haar dochter ontdekt, bepleit zij bij Zeus de behouden terugkeer van Persephone. Zeus komt tot een compromis, het halve jaar verblijft Persephone in het zonlicht van de aarde, de andere helft keert zij terug naar het rijk van Hades. Dat is de oorsprong van de seizoenen. Als Persephone bij haar moeder verblijft wordt het lente, bij haar terugkeer naar Hades wordt het winter. In dit schilderij van Grandjean zien we hoe Persephone terugkeert naar de bovenwereld en wordt verwelkomt door haar moeder Ceres in de lente. In de achtergrond ploegen landarbeiders de vruchtbare grond.

Het Lentefeest is een belangrijke herontdekking van een zeldzaam schilderij van de hand van Jean Grandjean.

Signed and dated lower right: J. Grandjean 1776 & 1777


Provenance:
Collectie Jan Tersteeg (1750-1808) to1808.
Verkoop Amsterdam (Van der Schley and De Vries) 13 june 1808,
lotno. 57 to Van der Schley voor100 gulden.
privé collectie Duitsland
Veiling Keulen (Carola van Ham) 20 october 1971, lotno.1454, plate 79.
privé collectie Duitsland


Exhibition:
According to a label on the back of the painting this picture was exhibited in Bruxelles in
1939.


Associated Literature:
R. van Eynden and A. van der Willigen, Geschiedenis der Vaderlandsche Schilderkunst, 3
volumes and supplement, Haarlem, 1816-1840, part 2, pp. 376-388.
Ontmoetingen met Italië, exhib.cat. Rijksmuseum, Amsterdam, 1971.
J.W. Niemeijer, ‘Academies and other figure studies from Jean Grandjean’s Roman
period’, Master Drawings XII (1974), pp. 351-358.
J.W. Niemeijer with the assistance of R.J.A. te Rijdt, Eighteenth-century watercolors from
the Rijksmuseum Printroom, Amsterdam, Alexandria Art Services International, 1993,
cat. no. 22, p. 56, 57.


 

Periode
1776-1777
Materiaal
Olieverf op doek
Referentie
100-322
Afmetingen
70 x 92 cm

Aangeboden door

Kollenburg Antiquairs BV

Postbus 171
5688 ZK Oirschot
Nederland

+31 499578037
+31 655822218
http://www.kollenburgantiquairs.com/

Gallerie profiel

Ontdek ook


Volg ArtListings


Site by Artimin