Laurent Delvaux, Putto voor een Grafmonument

Laurent Delvaux, Putto voor een Grafmonument

Prijs: Prijs op aanvraag

Aangeboden door Kollenburg Antiquairs BV



Laurent Delvaux, Putto voor een Grafmonument Laurent Delvaux, Putto voor een Grafmonument

Een treurende putto hangt onderuit op een doek. Zijn arm rust op een stapel boeken en een doodshoofd. Zijn andere arm steekt in de lucht en houd een pamflet of banier  omhoog. Gezien de schedel moet dit beeld bedoeld zijn geweest voor een grafmonument. Op de banier kon de naam van de overledene, zijn familiewapen of een passende tekst gestaan hebben. Het beeld is van de hand van de Vlaamse beeldhouwer Laurent Delvaux.

Laurent Delvaux (1696-1778)
Delvaux is waarschijnlijk opgeleid in zijn geboortestad Gent bij de plaatselijke beeldhouwer J. B. van Helderberghe. Op 18-jarige leeftijd ging hij naar Brussel om te studeren onder Pierre-Denis Plumier uit Antwerpen bovendien ging hij naar de tekenacademie aldaar.  Doordat de Zuidelijke Nederlanden de eerste jaren na de Vrede van Utrecht (1713) economisch in moeilijkheden verkeerden, ontbrak het veel beeldhouwers aan voldoende opdrachten. Wellicht om deze reden vertrok Delvaux in 1717 naar Londen waar hij samenwerkte met zijn landgenoot Peter Scheemakers. Vanaf 1721 werden zij vergezeld door Plumier en werkten zij met zijn drieën aan een aantal marmeren grafmonumenten, waaronder die van John Sheffield, hertog van Buckingham (1721-22, Londen, Westminster Abbey).
Na de dood van Plumier werkten Delvaux en Scheemakers vermoedelijk samen met  met Francis Bird aan een marmeren monument voor John Holles, 1st Hertog van Newcastle, eveneens in Westminster Abbey.  Scheemakers en Delvaux gingen een formeel partnerschap aan en richtten in 1723 een werkplaats op in Millbank, Westminster. Hun werkplaats produceerde veel sobere klassieke monumenten en tuinbeelden naar de Antieken. De voorraad van deze werkplaats werd in 1726 geveild en in 1728 vertrokken de twee beeldhouwers naar Rome.

In Rome werkte Delvaux uiteraard naar de Antieken Diverse beelden werden hier door hem gekopieerd. Ook het werk van zijn landgenoten Duquesnoy en Giambologna werd door hem bestudeerd. Vanuit Engeland kreeg hij de opdracht om voor John Russell, de 4e hertog van Bedford, een aantal werken geïnspireerd op de antieken te vervaardigen.

Bij zijn terugkeer naar de Oostenrijkse Nederlanden in 1733 werd hij hofleverancier. Hij ontving ook veel religieuze opdrachten, waaronder de groep van de bekering van Paulus uit 1736  in eikenhout(nu in de collegiale kerk van St. Gertrude in Nijvel). Dezelfde kerk bevat ook een reeks houten beelden van de apostelen gebeeldhouwd door Delvaux in 1743-4. De preekstoel (1741-5) in de Sint-Baafskathedraal in Gent werd door hem gemaakt naar een ontwerp van Hendrik Frans Verbrugghen. Hij maakte ook een marmeren grafmonument voor de familie Van der Noot in 1746 - voor de Karmelietenkerk in Brussel die nu in het Rijksmuseum in Amsterdam is. 
Nadat prins Charles de Lorraine in 1741 in Brussel aankwam als gouverneur-generaal van de Oostenrijkse Nederlanden, ontving Delvaux vele opdrachten voor de decoratie van de woningen van de gouverneur-generaal in Brussel, Tervuren (in de buurt van Brussel) en Mariemont, Voor het paleis in Brussel, maakte hij allegorische reliëfs voor de façade en de trap en vrijstaande beelden, waaronder een marmeren Hercules aan de voet van de trap.  Delvaux werkte ook voor andere Europese hoven, zoals die van Portugal en voor grote abdijen zoals die van Afflighem, Floreffe en Villers. In 1734 vestigde hij zich in Nijvel.
Naast het monumentale werk creëerde Delvaux veel uitmuntende modellen in terracotta.
Veel Belgische kerken en de musea in Brussel en Gent bezitten werk van hem.
Onder de studenten van Delvaux bevonden zich de beeldhouwers Gilles-Lambert Godecharle, Pierre-François Le Roy, Laurent Joseph Tamine, Adrien-Joseph Anrion en Joseph Wilton.

Het beeld van de putto met het doodshoofd van Delvaux kan op verschillende momenten in zijn carrière zijn ontstaan. Mogelijk in Engeland waar Delvaux veel grafmonumenten vervaardigde en zijn atelier liet veilen in 1726. De veilingcatalogus die is afgedrukt in het boek van Alain Jacobs geeft daarover echter geen uitsluitsel. De Belgische herkomst van het beeld doet bovendien anders vermoeden. Het enige bekende grafmonument dat niet meer in situ is, is dat van de Van der Noots. Dit grafmonument, uitgebreid beschreven na de aankoop door het Rijksmuseum in de jaren zeventig van de vorige eeuw, is niet uit tekeningen bekend. Daardoor is het gissen wat er allemaal bij hoorde. Uit de beschrijving in het contract tussen Van der Noot en de beeldhouwer valt wel het een en ander op te maken zo moesten de volgende beeldhouwwerken het monument sieren: een Pallas van vijf voet [hoog], zittend op een wapen trofee, twee kinderen, dienend als tenanten bij de tombe - wat hun hoogte betreft in ver houding met de Pallas - ,en een doodshoofd. Deze beiden moesten in wit Italiaans marmer worden uitgevoerd.
De kinderen en de Pallas bevinden zich nu in het Rijksmuseum. Zou het beeld van het doodshoofd ook een putto hebben gehad en bij het grafmonument van Van der Noot hebben gehoord?
De boeken waar de putto met zijn elleboog op rust zijn in elk geval een mooie verbinding met de godin  Pallas die naast Godin van de krijgskunst ook die van de wijsheid was.

Vergelijkende literatuur:
Alain Jacobs, Laurent Delvaux 1696-1778, Arthena 1999
Willy Halsema-Kubes and  J. E. de Stobbeleere, “Laurent Delvaux' grafmonument voor Leonard Mathias van der Noot en Helena Catharina de Jonghe” in: Bulletin van het Rijksmuseum, Jrg. 24, Nr. 3 (1976), pp. 123-139

Herkomst
Belgische particuliere verzameling
 

Periode
ca. 1750
Referentie
100-371
Afmetingen
48 x 64 x 17 cm

Aangeboden door

Kollenburg Antiquairs BV

Postbus 171
5688 ZK Oirschot
Nederland

+31 499578037
+31 655822218
http://www.kollenburgantiquairs.com/

Gallerie profiel

Ontdek ook


Volg ArtListings


Site by Artimin