Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet

Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg) een pronkkabinet

Prijs: Prijs op aanvraag

Aangeboden door Kollenburg Antiquairs BV



Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet Joachim Tielke (Königsberg 1641- 1719 Hamburg)  een pronkkabinet

Een tweedeurs kabinet staande op vier massieve ivoren bolpootjes. Het gehele kabinet is gefineerd met schildpadschild en ivoor in première-partie and contre-partie. Het kabinet heeft twee grote deuren aan de voorzijde, waarvan de binnenzijden ook gefineerd zijn met schildpadschild en ivoor. Achter deze deuren bevinden zich twaalf laadjes: vier grotere lades aan de boven- en onderzijde en acht kleinere laadjes er tussenin. De lades kunnen geopend worden met behulp van de massief zilveren trekkers. The laadjes omringen een centraal geplaatst open deel, welke is gedecoreerd met een zogenaamd perspectiefke, vormgegeven door een massief ivoren Korinthische zuil uitgelijnd met de centrale as van de sectie, geflankeerd door twee bogen die op massief ivoren balusters staan. De vloer van dit gedeelte bestaat uit een geblokt patroon van ivoor en schildpadschild. De achterwand van het perspectiefke is gedecoreerd met drie spiegels, waarvan er twee diagonaal geplaatst zijn. Deze gehele sectie kan als één deel worden verwijderd, waardoor hierachter nog eens twaalf kleinere laadjes zichtbaar worden.
De gehele decoratie van het kabinet bestaat uit gestileerde bloemen van schildpadschild en ivoor, gegraveerd en ingelegd met glas en halfedelstenen. De binnen- en buitenzijden van de deuren, alsmede de beide zijkanten, zijn versierd met centraal geplaatste plaquettes met representaties van architecturale elementen, bloemen, en figuren. Deze voorstellingen zijn geïnspireerd op het werk van Daniel Marot (1660/61–1752) en Jean Bérain (1640-1711).

Dit kabinet is een uniek stuk in het oeuvre van muziekinstrumentenmaker Joachim Tielke. Hoewel de instrumentmakers in Hamburg niet verbonden waren aan een eigen gilde, bepaalden de regels van andere gilden dat Tielke als instrumentmaker geen andere objecten dan instrumenten mocht maken, bestemd voor de vrije markt. Tielke maakte echter een uitzondering op deze regel. ‘Een groot en onvergelijkbaar kabinet met schildpadschild, ivoor, parelmoer en vele fijn gesneden en gedeeltelijk gekleurde halfedelstenen’ werd in 1711 gespot door de boekenverzamelaar Zacharias von Uffenbach (1683-1734). Hij bezocht Tielke’s winkel om een gitaar te kopen en merkte op in zijn reisdagboek (gepubliceerd in 1753) dat het kabinet van een uitzonderlijke schoonheid was.

Joachim Tielke wordt beschouwd als één van de grote instrumentmakers van de zeventiende en achttiende eeuw. Met zijn grote bedrijf is hij met een heel team van gitaarbouwers en gespecialiseerde beeldhouwers verantwoordelijk voor een oeuvre van een duizelingwekkende verscheidenheid, en bekend om zijn uitmuntende vakmanschap en zijn gebruik van luxe materialen. De violen, gitaren, viola’s da gamba, citers, luiten, en andere instrumenten die het naamnummer van Tielke dragen, kunnen tegenwoordig gevonden worden in musea en privéverzamelingen over de hele wereld. Tielke’s vakmanschap als handwerker, decoratief kunstenaar en zakenman spreken drie eeuwen na zijn dood nog altijd tot de verbeelding van instrumentmakers, muzikanten en historici. Hij stond bekend om zijn gebruik van materialen zoals ivoor, ebbenhout, schilpadschild, parelmoer en halfedelstenen. De combinatie van zijn vakmanschap en de kostbare materialen die hij gebruikte maakte zijn instrumenten tot begeerlijke kunstwerken voor de adel en vermogenden.

Zacharias von Uffenbach
Dit kabinet werd gezien op 24 februari 1711 door Zacharias von Uffenbach, toen hij de winkel van Tielke bezocht om een gitaar te kopen. Von Uffenbach was een boekverzamelaar die door Duitsland, Nederland en Engeland reisde in 1709-1711, en reisdagboek bijhield, hetgeen werd uitgegeven in 1753 onder de titel “Merkwürdige Reisen”. Een citaat van Von Uffenbach (hier vertaald uit het Duits, volume 1, pagina 88-89): De 24e februari in de ochtend kochten we bij de heer Tielke een fijn ingelegde luit voor 100 mark ofwel 50 gulden zwaar geld. Hij toonde ons een onvergelijkbaar kabinet, welk was ontworpen door zijn tweede zoon die nu kamerbediende is bij de Hertog van Mecklenburg Strelitz. Het is aardig groot van schildpad en ingelegd met ivoor, parelmoer en vele halfedelstenen maar fijn geslepen en gedeeltelijk gekleurd. Zeer bekoorlijk en elegant ingelegd met een gravering en zeer fijn afgewerkt met goud. Aan beide zijden had het laden maar in het midden zat een open ruimte met spiegels en een kolom. De ruimte was vol met ivoren kunststukjes welke gedoubleerd werden in de spiegels en zo in perspectief getoond werden. Hij verzekerde ons dat hem 800 Species=Thaler geboden waren. Het is zonder twijfel een zeer speciaal en mooi stuk. (Bron: Zacharias Konrad von Uffenbach, Merkwürdige Reise durch Niedersachsen, Holland und Engelland, part 2, (Frankfurt/Main, Leipzig, 1753), p. 88,89.)

Het pronkkabinet
De centraal geplaastste decoraties op de binnen- en buitenzijden van de deuren en aan de zijkanten van het kabinet zijn uitgevoerd op een manier die typisch is voor het werk van Tielke. Het gebladerte rond de medaillons met voorstellingen van verschillende figuren is duidelijk geïnspireerd op de ontwerpen van Daniel Marot (1660/61-1752) en Jean Bérain (1640-1711)
Zoals ook geldt voor vele van zijn muziekinstrumenten, zijn de ovale medaillons -geplaatst op de onderste helft van de deuren-, evenals de vierkante medaillons op de zijkanten, exacte kopieën van liefdesemblemata. Deze emblemata bestaan uit drie delen:
-een aforisme (het motto)
-een epigram (een verklarende tekst welke al dan niet op rijm gezet is)
-de pictura (de visuele verbeelding van het motto)

Tielke maakte gebruik van Daniel de Feuille’s ‘Devises et emblemes, anciennes et modernes’, welke voor het eerst werd gepublicerd in Amsterdam in 1691 en diende als een bron van voorbeelden voor verscheidene instrumenten van zijn hand, en voor dit kabinet. Tielke gebruikte de Duitse editie, welke voor het eerst werd uitgegeven in Augsburg in 1693. Latere Duitse uitgaven volgden in 1697, 1702, en 1704. Deze Duitse uitgaven wijken iets af van het Nederlandse origineel. Het Nederlandse origneel is uitgevoerd met teksten en motto’s in het Nederlands, Latijn, Italiaans, Spaans, Engels, Duits en Frans. De Duitse uitgaven hebben enkel teksten en motto’s in Latijn, Frans, Italiaans en Duits. Ook zijn de orignele picturae vervangen door nieuwe picturae welke van hogere kwaliteit lijken te zijn. Het verschil is overduidelijk wanneer we een Duits voorbeeld vergelijken met diens Nederlandse equivalent. De voorbeelden die gebruikt zijn voor het kabinet moeten afkomstig uit de Duitse versie.
De gekozen emblemata hebben alle van doen met het onderwerp Liefde.

Emblem 11 op pagina 4 heeft als omschrijving:
Zwei Cupidines schmidten auf einen Amboßein gluendes Eisen.
Man muß das Eisen schmidten weil es warm ist.

 Emblem 11

Deze zelfde afbeelding werd door Tielke gebruikt op de pegbox van een theorbe in 1707 (TieWV155, p. 134), welke zich tegenwoordig bevindt in de collectie van het Hongaarse Nationale Museum in Boedapest ( inv.no. 1951.44).

Op pagina 49 bevindt zich emblem 15:
Ein Cupido fanget einen andern mit einem strik German Motto:Liebes Stricke sind annehmlich. In de Nederlandse editie staat er: De listen der liefde zijn aangenaam.
 Emblem 15
Dit emblem werd ook gebruikt voor een luit uit 1706 (Tiewv 149, p. 129), welke zich tegenwoordig in een particuliere verzameling in Amsterdam bevindt.

Op pagina 51 vindt men emblem 2:
Ein Herz auf einer Saul wird von einem Cupidine verwundet: Ich zwinge auch die hohe.
Emblem 2

Emblem 14 op pagina 48:
Ein Cupido schlagt einen Menschen der ihnen bey einem schonen Weibsbild verstoren wollen. Die Liebe leidet seinem Gesellen.
Ofwel; Liefde wil geen metgezel hebben.
Emblem 14

Op de rechter deur van het kabinet zien we een putto en een man met een speer. De omschrijving van emblem 1 op pagina 49 is; Ein Cupido eroffnet einem Reisenden sein Thur.  Het Duitse motte: Eine verdachtige Herberg. Ofwel; Liefde is een slechte gastheer.
Emblem 49

De bloemen, takken en wijnstokken waarmee het kabinet versierd is zijn typisch voor het werk uit de midden en latere periode van Tielke’s atelier, zoals Günther Hellwig omschrijft in zijn boek over de kunstenaar. Het typische gebruik van ingelegde gegraveerde gouden blaadjes, de zogenaamde zaadbolletjes, en het gebuikt van steentjes worden enkel gevonden op Tielke’s meest verfijnde bewerkte gitaren, zoals het exemplaar uit 1703 dat zich tegenwoordig op het slot Rosenborg in Kopenhagen bevindt.
De emblemata die gebruikt zijn op dit kabinet zijn alle afkomstig uit de Duitse versie van De la Feuille’s uitgave, hetgeen betekent dat het kabinet niet kan zijn vervaardigd voor 1693. In aanmerking nemend dat alle gitaren en luiten waarvoor de emblemata uit dit boek ook gebruikt zijn gedateerd kunnen worden tussen 1703 en 1707, kan men aannemen dat het kabinet ook in deze periode is vervaardigd.

Wat opvalt is dat bepaalde motieven die direct zijn afgeleid van de eerdergenoemde voorbeelden terugkomen in de driedimensionale versiering aan de binnenzijde van het middengedeelte van de kast. Bijvoorbeeld de karakteristieke kroon op de boog waar de putto onderdoor stept op de buitenzijde van de rechter deur en de binnenzijde van de linker deur wordt herhaald in het centrale deel van het interieur. De ietwat eigenaardige constructie in het middendeel, bestaande uit een driedimensionale, centraal geplaatste enkele zuil van ivoor, komt visueel terug in het decoratieve tafereel met een hart op een zuil op de linker deur. De ornamentmotieven in de lijsten rond deze taferelen, die dienen om de zijkanten en deuren van de kast van een meer uitgewerkte decoratie te voorzien, zijn ontleend aan prenten van Daniel Marot en Jean Bérain. De ontwerpen van Marot en Bérain kregen grote bekendheid nadat ze rond 1700 in druk werden gepubliceerd en internationaal werden verspreid. Hoewel de motieven in de lijstdecoraties hier duidelijk ook geïnspireerd zijn, is er geen enkele prent te identificeren waarvan ze rechtstreeks zijn gekopieerd. Het was niet ongebruikelijk voor ambachtslieden om verschillende motieven uit verschillende prints te "knippen en plakken", ze opnieuw te combineren tot een nieuw geheel en dit ontwerp uit te voeren in een ander (en vaak duur) materiaal, zoals zo meesterlijk is gedaan met ivoor en schildpad op dit kabinet.

Hoewel de decoraties op het kabinet indicatief lijken voor een huwelijksgeschenk, is het meer waarschijnlijk dat het meubel eerder bedoeld was als pronkkabinet en diende om te tonen wat er allemaal mogelijk was in de werkplaats van Tielke. Dit wordt mede ondersteund door het gegeven dat het in 1711 te zien was in Tielke’s winkel, zoals Von Uffenbach beschreef. Ook het feit dat meerdere gitaren en luiten versierd zijn met deze liefdesemblemata geeft aan dat men aan de betekenis van deze voorstellingen niet te veel duiding moet geven.

Guitar in the V&A Museum in London
Een Gitaar in het V&A Museum in Londen.

Guitar ca. 1695-99, Metropolitain Museum of Art

Guitar, ca. 1695-99 in the Metropolitain Museum of Art

Joachim Tielke
Er is niet veel bekend over Tielke en zijn familie. Een stadsbrand en oorlogsschade vernietigden bijna al het archiefmateriaal dat ons meer had kunnen vertellen over zijn jeugd in Königsberg (nu Kaliningrad) of over zijn latere leven in Hamburg. Onderzoek van Günther Hellwig en Alexander Philipczuk heeft niettemin veel over het leven en werk van Joachim Tielke onthuld. Hun bevindingen worden in detail besproken in de recente boeken van Friedemann en Barbara Hellwig.

Hoe Joachim en zijn oudere broer Gottfried het vak van instrumentenmaker leerden, en of ze dat überhaupt in hun geboorteplaats Königsberg hadden kunnen doen, is onduidelijk. Wat we wel weten is dat Joachim van 1663 tot 1666 filosofie studeerde in Leiden voordat hij zich in Hamburg vestigde. Het is niet zeker of hij in Leiden een academische graad behaalde, wel is duidelijk dat zijn studie en verblijf in Leiden van invloed zijn geweest op zijn keuzes voor de emblemen waarmee hij later zijn instrumenten versierde.
We kunnen alleen maar raden hoe en waarom Tielke in Hamburg is komen wonen. Feit is dat hij zich daar in 1666 vestigde en een jaar later trouwde met Catharina Fleischer in de Sint-Pieterskerk. Catharina was de dochter van een instrumentenmaker die waarschijnlijk vanuit Nederland naar Hamburg was verhuisd. Het is onduidelijk of Tielke in de werkplaats van Fleischer werkte, maar zeker is dat het huwelijk hem in verband bracht met een bekende familie van instrumentenmakers. Niet alleen zijn vader en zwagers waren instrumentmakers, ook zijn schoonzus was met een instrumentmaker getrouwd. Hierdoor is er een duidelijke en nauwe band tussen de drie bekendste namen onder de Hamburgse instrumentenbouwers: Tielke, Fleischer en Gold. Tielke verkreeg burgerrechten van de stad Hamburg en betaalde 150 mark voor het voorrecht als zoon van een niet-ingezetene. Het feit dat hij zich dit bedrag kon veroorloven en staatsburger mocht worden, bewijst dat hij toen al succesvol was.

In de jaren die volgden kregen Joachim en Catharina vele kinderen. Getuigen bij de dopen van hun kinderen waren voornamelijk leden van de familie Fleischer alsmede bevriende muzikanten uit de stad. In 1717 vierde het stel hun vijftigjarige huwelijk. Dit was, zeker in die tijd, een zeer bijzondere gebeurtenis en werd dan ook groots gevierd. Er verscheen een Festschrift met teksten en gedichten van vrienden van het paar, dat tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven en veel vertelt over Tielke en zijn nageslacht. Helaas wordt er heel weinig over zijn werk vermeld, hoewel Tielke wordt geprezen als een bekwame maker van de zeldzaamste en meest voortreffelijke muziekinstrumenten en uitvinder van kunstwerken zoals de muziekwereld nog nooit eerder had gezien. Er wordt ook opgemerkt dat zijn zonen bedreven waren in het bespelen van genoemde instrumenten, tot grote vreugde van hun bejaarde vader. Zijn zonen worden bij naam genoemd. De tweede zoon is belangrijk voor de kast, omdat Von Uffenbach hem als ontwerper aanwijst. Joachim Tielke II werd geboren op 15 augustus 1673 en werkte als bediende voor de weduwe hertogin Emilie von Mecklenburg-Strelitz. Zijn overlijdensdatum is onbekend.

Tielke’s oeuvre
De belangrijkste bijdragen van Tielke zijn de Hamburger Cithrinchen, of citers, instrumenten die van circa 1650 tot 1750 zeer in de mode waren in Hamburg. Tielke's citers zijn vaak rijkelijk versierd met blad- en bandwerk en ingelegd met dure materialen zoals ivoor, schildpad, ebbenhout en parelmoer. Op sommige stukken weerspiegelt het ingelegde patroon, omgekeerd, dat van een ander instrument, zoals in het geval van een citer in het Hamburg Museum für Kunst und Gewerbe, waarvan de decoratieve achterkant en zijkanten de tegenhanger zijn van die van de citer in het Metropolitan Museum of Art. Hetzelfde is gedaan met de deuren, zijkanten en lades van de pronkkast, wat illustreert hoe deze kast als voorbeeld had kunnen dienen voor klanten.
Deze omgekeerde inlegtechniek (tevens een slimme manier om materiaal te besparen en een weerspiegeling van minutieus vakmanschap) staat bekend als intarsia en is ook terug te vinden op een aantal van Tielkes barokgitaren. De meer uitbundig versierde instrumenten hebben complexe bloemeninlegsels die zich uitstrekken vanaf de achterkant van het instrument langs de nek en rond de hele pegbox; dit patroon komt dan prachtig tot uiting in de rozet – uitgesneden in een kantpatroon in het midden van de tablet. Soms bevatten de decoraties van Tielke een meer uitgebreide, klassieke iconografie, vaak met gemakkelijk leesbare moralistische scènes of epigrammatische boodschappen op spandoeken die worden opgehouden door putti die verwijzen naar de rol van muziek als hoge kunst of liefde. De instrumenten die in het laatste decennium van de zeventiende eeuw en het eerste decennium van de achttiende eeuw in het atelier van Tielke gemaakt werden, vertonen sterke overeenkomsten met het kabinet.
In de muziekwereld wordt Tielke beschouwd als de Stradivarius onder de gitaarbouwers: zijn gitaren, violen en luiten zijn van een vergelijkbare buitengewone kwaliteit als de violen van Stradivarius. Dat een meubelstuk dat voorheen alleen bekend was uit een reisbeschrijving van Von Uffenbach nu aan zijn oeuvre kan worden toegevoegd, is dan ook heel bijzonder.

Literatuur:
Barbara Hellwig, Friedemann Hellwig, Joachim Tielke – kunstvolle Musikinstrumente des Barock, Deutscher kunstverlag 2011.
Friedemann and Barbara Hellwig, Joachim Tielke. Neue Funde zu Werk und Wirkung, Berlin/Munich 2020.
Günther Hellwig, Joachim Tielke: ein Hamburger Lauten- und Violenmacher der Barockzeit, Frankfurt/Main 1980.
Alexander Pilipczuk and Carlos O. Boerner Joachim Tielke: Instrument-Maker and Merchant of Hamburg. Recent Findings about His Education and Professional Life, in The Galpin Society Journal, Apr., 2008, Vol. 61 (Apr., 2008), pp. 129-146

Bijlage:
Zacharias Konrad von Uffenbach, Merkwürdige Reise durch Niedersachsen, Holland und Engelland, part 2, (Frankfurt/Main, Leipzig, 1753), pp. 88,89.)

Herkomst
Kasteel Aldendriel, familie Van Oudenaarde; Particuliere collectie, Nederland
Periode
ca. 1703-1706
Materiaal
ivoor, schildpad, bladgoud, zilver, halfedelstenen en glas, gefineerd hout
Referentie
100-519
Afmetingen
90 x 103 x 46 cm

Aangeboden door

Kollenburg Antiquairs BV

Postbus 171
5688 ZK Oirschot
Nederland

+31 499578037
+31 655822218
http://www.kollenburgantiquairs.com/

Gallerie profiel

Ontdek ook


Volg ArtListings


Site by Artimin