Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag
Verzendt vanuit Nederland
Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag
Twee gekroonde vrouwelijke heiligen staan tegen een gouden achtergrond met de bij hun horende attributen. Het zijn Catharina en Barbara. Deze twee kleine paneeltjes zijn waarschijnlijk ooit deel geweest van een retabel.
Catharina
Catharina was een van de populairste heiligen van de Middeleeuwen. Zij was een van de veertien noodhelpers en werd aangeroepen als beschermster tegen de pest en ter bewaking van de kuisheid. In sommige gevallen wordt zij gezien als beschermster tijdens de bevalling.
Catharina kwam uit Alexandrië en was Jezus zo toegedaan dat zij haar maagdelijkheid aan hem beloofde. Vlak na deze gelofte werd keizer Maxentius verliefd op haar. Om haar gelofte trouw te blijven, weigerde zij echter zijn aanzoek. De keizer stuurde hierop veertig heidense filosofen op haar af om haar te bekeren. In plaats van haar te bekeren tot het heidendom, bekeerde Catharina de filosofen tot het Christendom. Daarop wilde de keizer Catharina laten martelen op een rad met ijzeren punten. Het rad werd verwoest door de bliksem. Dit is op de achtergrond van het schilderij te zien. Daarna wilde de keizer haar laten verbranden maar het vuur verbrandde de beulen. Tot slot gaf hij opdracht haar te laten onthoofden. Deze poging lukte, maar ui de wond stroomde geen bloed maar melk, dat de stad van de pest bevrijdde.
Haar lichaam werd door engelen naar de berg Sinaï gebracht. Toen het daar rond 800, ongeveer 500 jaar later, door pelgrims werd gevonden, was het nog steeds in goede staat. Naast de berg werd het Katharinaklooster gebouwd.
Op dit schilderij draagt zij een zwaard en een boek. Aan haar voeten ligt het rad waarop zij werd gemarteld.
Barbara
Barbara, die eind 3e en begin 4e eeuw in Nicomedia, Bithynië, woonde, was de mooie en intelligente dochter van Dioscorus, een rijke heiden. Haar vader sloot haar op in een toren om haar te beschermen tegen de buitenwereld en haar maagdelijkheid te bewaren. Hij verbood haar omgang met vrienden en stond alleen contact toe met leraren en bedienden die de opdracht hadden de aanbidding van heidense goden te onderwijzen. Barbara bracht jaren door in de toren, waar ze haar eten en wasgoed met behulp van een mand aan een touw naar boven en beneden sleepte. Op een dag stopte een vreemdeling een boek over het christendom in haar mand. Toen ze het las, veinsde ze ziek te zijn en om een dokter te laten komen. De man die aankwam, was een priester die haar in het geheim doopte.
Voordat hij op reis vertrok, gaf Dioscorus opdracht een badhuis voor Barbara te bouwen met slechts twee ramen. Tijdens de afwezigheid van haar vader gaf Barbara de werklieden echter opdracht drie ramen te plaatsen ter symbolisering van de Heilige Drie-eenheid. Toen Dioscorus terugkeerde was hij woedend over extra deur waar hij geen toestemming voor had gegeven. Toen Barbara hem bekende christen te zijn en een door hem georganiseerd huwelijksaanzoek afwees, ontstak hij in razernij. Dioscorus bracht haar naar de prefect van de provincie, die beval dat ze naakt door de stad moest worden geparadeerd. Plotseling trok er echter een mist op die haar aan het zicht van de menigte onttrok. De prefect beval vervolgens dat ze gemarteld en onthoofd moest worden. Barbara weigerde onder mRenaiarteling haar geloof af te zweren; haar wonden genazen elke ochtend. Het was haar vader zelf die uiteindelijk het doodvonnis uitvoerde. Op de terugweg naar huis stak er een hevige storm op waarbij hij door de bliksem dodelijk getroffen werd verteerd door het vuur dat God over hem had laten neerdalen.
Het is vanwege deze legende dat Sint-Barbara wordt aangeroepen ter bescherming tegen explosies en een plotselinge dood. Ze wordt vereerd door katholieken die het gevaar lopen van
een onvoorspelbare, gewelddadige dood op het werk. Ze is de beschermheilige van artilleristen, mijnwerkers, brandweerlieden, zeelieden en van gevangenen. De toren waarin Barbara door haar vader werd opgesloten, wordt in de christelijke kunst altijd met haar geassocieerd. Soms verschijnt hij als een gebouw op de achtergrond. Niet zelden houdt ze een miniatuur ervan in haar linkerhand. Het plaatsen van de heilige naast de toren, gaf ruimte voor andere attributen in haar handen. Doorgaans is dit in de ene hand een opengeslagen kopie van de evangeliën. In haar rechterhand houdt zij vaak een palmtak, als teken van haar maagdelijkheid, of een zwaard als symbool voor haar martelaarschap.
Barbara onderscheidt zich van elke andere vrouwelijke heilige in de christelijke kunst doordat ze vaak wordt afgebeeld met een kelk die de Heilige Eucharistie voorstelt. Deze beeldtraditie ontstond aan het einde van de Middeleeuwen, toen de verering van Barbara verschoof van haar martelaarschap dat verbonden was aan haar gevangenschap, naar haar wonderen waarom zij aangeroepen werd. Barbara’s postume wonderen hadden te maken met stervenden die in hun nood vreesden voor het niet meer kunnen ontvangen van het laatste sacrament. Door Barbara aan te roepen konden zij het laatste sacrament alsnog ontvangen en zo in vrede sterven. Dit maakte dat de toren, die deel was van haar verhaal als levende en een rol speelde in haar martelaarschap, een ondergeschikte rol kreeg en visueel een andere functie kreeg, bijvoorbeeld als houder van de kelk en hostie, of dat hij zelfs compleet verdween. Deze veranderende beeldtaal zien we aan het eind van de Middeleeuwen het sterkst ontwikkelen in Duitsland en de Nederlanden.
In de beroemde 19de eeuwse verzameling van Christoph Rhaban Ruhl te Keulen werden deze twee panelen nog aan Martin Schongauer toegeschreven. Ze werden hier gekocht door Consul Weber uit Hamburg die zijn verzameling als museum openstelde voor bezoekers en uitgebreid onderzoek liet doen naar zijn schilderijen. In de collectiecatalogi die verschenen van zijn verzameling werden Catharina en Barbara opgenomen als Oberdeutsche Schule mitte XV jahrhundert.
Friedlander schreef in 1939 op een foto die zich nog in zijn archief in het RKD bevind: Schongauer Kreis. Hij moet het werk al hebben gekend uit de verzameling Weber waar hij een voorwoord voor schreef.
Galerie Mathiessen Berlijn en Abels Keulen die het schilderij mogelijk samen bezaten in die periode toonden het vermoedelijk op advies van Friedländer als Omgeving Schongauer.
Nu is het begrip omgeving Schongauer breed. Schongauer stond bekend om zijn prenten die al bij zijn leven door andere kunstenaars werden gebruikt. Wie deze paneeltjes geschilderd heeft in de 15de eeuw is daarmee niet sluitend vast te stellen.
Literatuur:
Karl Woermann, Wissenschaftliches Verzeichnis der älteren Gemälde der Galerie Weber in Hamburg, 1892, p. 4, no 5
Karl Woermann, Wissenschaftl. Verzeichnis der älteren Gemälde der Galerie Weber in Hamburg, 2e auflage 1907, p. 12, no 10