Vlaamse ovale ivoren Louis XIV plaquette
Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag
Verzendt vanuit Nederland
Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag Prijs op aanvraag
De regulateur heeft een gaandwerk op Graham-gang, met een gangduur van een jaar. Het uurwerk bevindt zich in een afgesloten ronde trommel, met op de achterzijde de signatuur: Joseph Binder Wien. Op de trommel is de massief zilveren wijzerplaat gemonteerd, welke de uren toont in Romeinse cijfers. In het centrum van de wijzerplaat bevinden zich drie kleine massief zilveren cijferringen die respectievelijk de dagen van de week, de dagen van de maand, en de maanden aangeven. Alle wijzers zijn van geblauwd staal. Het uurwerk hangt in de kast aan een massief messing beugel. De afwijkende temperatuurcompensatieslinger met messing en staal, kan zowel bij de ophanging als onder bij de lens gecompenseerd worden door middel van een schroef. Het uurwerk wordt aangedreven door één gewicht.
De klok huist in een zogenaamde dachluhrkast, en is gefineerd met mahonie en een vruchtenhouten intarsia, en wordt bekroond door een timpaanvormige kap. De klok is aan de voorzijde toegankelijk middels een beglaasde deur. Ook de beide zijden zijn beglaasd.
De Weense regulateur ontstond rond het begin van de 19e eeuw. De vroegste dateert van rond 1790. In die tijd was Oostenrijk verbonden met Frankrijk en had Napoleon zichzelf tot keizer van het Rooms-Katholieke Keizerrijk uitgeroepen. De architectuur en het meubilair in Empirestijl waren in de mode. De architectuur kenmerkte zich door rechte structuren met puntige daken.
De Weense regulateurs in Laterndluhr- en Dachluhrstijl worden over het algemeen beschouwd als afkomstig uit de Empireperiode, hoewel Dachluhrs tot ver in de Biedermeierperiode werden gemaakt. De klokken die vóór 1850 werden gemaakt, waren over het algemeen strakker van vorm dan de klokken die later werden geproduceerd. De lijnen van de klokken waren fijner, de kast was smaller en over het algemeen waren de klokken meer rechtlijnig dan de latere, vaak zeer sierlijke stijlen. De vorm van de Laterndluhr werd in de Biedermeierperiode vereenvoudigd, waardoor de klok meer leek op een vierkant gestapeld op een rechthoek (Dachluhr). Nog later, vanaf ongeveer het midden van de Biedermeierperiode tot het einde van de periode, kregen de klokken een beetje ornament aan de bovenkant en verdween de scheiding tussen het bovenste vierkant en de onderste rechthoek. Er zijn meer Weense regulateurs in Duitsland gemaakt dan in Oostenrijk. Maar omdat de Duitse fabrieken pas na 1850 begonnen met de productie van klokken, kwamen nagenoeg alle klokken van voor deze tijd uit Wenen of andere klokkenmakerscentra zoals Praag, Linz of Boedapest.
Joseph Binder werd geboren in 1785 en ging van 1802 tot 1812 in de leer bij Casper Brӓndl, die destijds werkzaam was bij Biberbastei NR 1176 in Wenen. Hij ontwikkelde zich tot meester-klokkenmaker in 1826. Een van zijn klokken werd tentoongesteld op de Weense Allgemeine oder Central-Gewerbsproducten-Ausstellung in 1835, namelijk een fraai astronomisch slingeruurwerk met vele complicaties. Deze klok werd later opgenomen in de beroemde collectie Sobek in Wenen. Casper Brӓndl, bij wie hij in de leer was, hield ergens tussen 1815 en 1818 op met zijn werk als klokkenmaker. Er zijn veel overeenkomsten tussen de klokken van de twee makers. Tijdens zijn leertijd maakte Binder zelfs een aantal klokken voor Brӓndl, waarvan we er minstens één met een krassignatuur voor Binder hebben gezien, hoewel de klok zelf gesigneerd is voor Brӓndl. Hij overleed in Wenen in 1833.
Literatuur:
Erika Hellich, Alt-Wiener Uhren; Die Sammlung Sobek im Geymüller-Schlössl 1750-1900, Wenen, 1978
Gevestigd in Oirschot
Nederland